zaterdag 20 oktober 2012

Petra, een jaar later....


Zonder te weten waarheen het beweegt
Zonder te weten waarheen
Vallen de appels en rijst het deeg
Zonder te weten waarheen
Waaien de dagen en slaat de tijd
Zonder te weten waarheen
Worden de mensen uitgeluid
Zonder te weten waarheen….

Iedereen weet nog waar hij was, op die dag, op dat moment, 17 oktober 2011, dat het telefoontje kwam dat Petra Kerssies was omgekomen bij een auto-ongeluk. Ik weet ook nog waar ik was. Thuis, met Dunya. Op de eerste dag van de Herfstvakantie. Dat moment heeft bij iedereen iets overhoop gehaald. Iedereen was er kapot van. Ik ook en niet in de laatste plaats. Wat ik toen voelde, wat er door me heen ging, wat het bij mij losmaakte, dat heb ik allemaal zo goed mogelijk beschreven in mijn eerste blogs op deze site. Het heeft lang geduurd voordat ik er een beetje mee om kon gaan. De emoties die mij overspoelden bleven me verbazen. Zo goed kende ik haar immers niet? En ook: Heb ik wel het recht om zo verdrietig te zijn? Anderen kenden haar beter, hadden een band met haar, missen haar in huis of in hun leven. Mijn verdriet kon ik niet helemaal verklaren, maar het had wel te maken met de confrontatie. Een meisje van vier dat ineens geen moeder meer heeft, dat kwam zo dichtbij, dat was beangstigend. Ik had haar graag beter gekend, omdat we dingen gemeen hadden. Omdat onze dochters op drie dagen na, even oud zijn. En nu, nu zijn we alweer een jaar verder. Een heel jaar is voorbij gegaan. Er is in mijn leven en natuurlijk in de levens van iedereen, heel veel gebeurd. En toch… het voelt nog maar zó kort geleden.

Een jaar later
Daar staan we weer, een jaar na het vreselijke ongeluk, met twee koren te zingen in de Dominicuskerk. Er worden mooie woorden gesproken. We lachen om de herinneringen en anekdotes die worden gedeeld. Het verdriet is nog voelbaar, maar er is meer gelatenheid dan vorig jaar. De scherpe randjes zijn eraf gesleten in dit jaar.
Indrukwekkend hoe Rosa voor de dienst  samen met haar opa en oma, kaarsjes aansteekt bij de foto’s van Petra.
Ik zing en huil van binnen opnieuw. De emoties blijven binnen. Ik had ze er graag nog eens uitgegooid. Altijd als ik aan Petra denk, stilletjes thuis, komen er wel een paar tranen. Maar hier, vanavond, komen ze niet.

Toespraak
Huub Oosterhuis houdt een toespraak. Veel treffende woorden spreekt hij. Al mis ik meteen aan het begin de naam van Antonie. Ik heb Petra altijd gezien als zijn moeder. En nu wordt hij niet genoemd bij de mensen die dichtbij haar stonden. Dat doet zelfs mij pijn. Verder zijn de teksten mooi en indrukwekkend gekozen. “Sinds die maandagochtend, 17 oktober 2011 is ze weg. Geen woord meer, geen wenk, geen verschijning in een van de kerkportalen van Kevelaer. En ze komt niet meer terug. Ze bestaat niet meer. Tenzij er een God bestaat voor wie de doden leven. Aan Jezus zijn deze woorden toegeschreven: ‘Hij is geen God van doden, maar van levenden. Want allen leven voor Hem’. (Lukas 18)”  Huub Oosterhuis zet daar vraagtekens bij. “Waar láát God al die doden, jaar in, eeuw uit?” Het is een toespraak die je, zoals gewoonlijk, aan het denken zet.

Mooie woorden
Er worden fragmenten voorgelezen uit preken die ze heeft gehouden als theoloog en dominee. Erg mooi. Ze had een eenvoudige en prettige manier van dingen uitleggen. Gelukkig zijn haar teksten en woorden gespaard gebleven en heeft ze er veel van kunnen uitdragen, in de korte tijd dat ze leefde. Ik denk dat ze veel mensen geraakt heeft met de dingen die ze zei. Mij raakt ze ook met haar teksten, al hoor ik ze nu voor het eerst. Ik denk dat ze dat zal blijven doen, omdat haar woorden blijven bestaan. Ik ben ook onder de indruk van Geeske, die de dienst zo mooi leidt. Het was haar vriendin, dus het is mooi, maar lijkt me meteen ook heel zwaar om dit te doen. Ik heb bewondering voor de manier waarop ze over Petra praat en haar herinneringen met ons deelt.

Even napraten
Na afloop van de dienst zoek ik een bekende op die ik in de kerk zie zitten. We zitten even naast elkaar, zwijgend. In gedachten bij Petra. “Hoe ging het zingen?” vraagt ze. “Beter dan vorig jaar” zeg ik. We lachen even. We praten over Petra en over hoe onvoorstelbaar het blijft dat ze er niet meer is. Het is fijn om even na te praten. We bekijken samen de foto’s van Petra die op het podium staan. We lezen de tekst die erbij staat. Dan zeggen we elkaar gedag en ga ik naar huis.

Bewust genieten
Thuis zit ik nog even op de computer te werken, tv te kijken en uiteindelijk ga ik maar naar bed. Met open ogen lig ik in het donker te kijken, val in slaap, schrik wakker uit een angstige droom. Zo verloopt de nacht. Ik ben blij dat Dunya wakker wordt en bij mij in bed kruipt. Ze is enigszins verbaasd dat ik haar zo dicht tegen me aan laat liggen. Meestal krijg ik het te warm en mopper ik dat ik zo niet kan slapen. Nu ben ik blij met haar warme lijfje tegen me aan. Als ze de volgende ochtend wakker wordt, vraagt ze: “Heb je gezongen voor de mama van Rosa?” Ik glimlach. “Ja, ik heb gezongen. Het was wel mooi om zo met elkaar aan haar te denken”. Dunya heeft een ernstig gezichtje. Ze kruipt weer tegen me aan. “Ik vind het wel zielig voor de mama van Rosa!” Ik slaak een diepe zucht. “Ik ook liefje…” Ik had het haar natuurlijk ook erg gegund om haar prachtige dochter te zien opgroeien. Toen ik op mijn kraambed hoorde dat Petra ook een meisje had gekregen had ik natuurlijk een heel ander beeld van hoe Rosa groot zou worden. Ik ben me het afgelopen jaar bewust geworden dat het niet vanzelfsprekend is om je kind te zien opgroeien. Daardoor ben ik ook bewuster gaan genieten van Dunya! En ik weet heel zeker dat ik dat gevoel nooit meer helemaal kwijt raak. Daarvoor heeft dit alles teveel indruk op ons gemaakt.

Langzaam loslaten
Het wordt een zware dag. Na een slapeloze nacht en de emoties die weer erg hoog zijn gaan zitten, zou ik willen dat ik deze dag over kon slaan. Of even niks hoefde te doen. Maar het leven gaat door en we moeten verder, hoe oneerlijk het ook is. Dus ga ik naar de voorlichting over het thema “Herfst”, op Dunya’s school. ’s Middags lees ik met de kinderen op school en daarna heb ik een sollicitatiegesprek. Ik voer tegen de avond een vriendelijk telefoongesprek met de leidinggevende die mijn afwijzing toelicht. Ik sla me overal goed doorheen.  ’s Avonds ga ik weer zingen, maar dat kost me erg veel moeite. En nog voor het eind van de repetitie leg ik mijn muziek terug en ga ik er vandoor. Morgen een nieuwe dag en nieuwe kansen. Voor vandaag is het genoeg geweest. Het komt goed. Natuurlijk. Maar het doet weer veel met me en ik moet dat weer langzaam loslaten, maar wel in mijn eigen tempo.

maandag 15 oktober 2012

Dag meester Wout!


Op die oude Catamaran
Stond hij 38 jaar aan het roer
Maar daar komt dus nu een eind aan,
Komt niet langer over de vloer

In een bootje met drie masten
Vaart hij van ons weg
En ja, dat doet pijn!
Omdat wij zo bij elkaar pasten
Dikke maatjes van elkaar zijn.

Dag van de leraar
Onlangs las ik op internet dat het de “Dag van de leraar” was, en toen dacht ik meteen aan meester Wout. Nee, dat is niet mijn oude meester van vroeger en ook niet iemand die ik al heel lang ken. Hij was de directeur van Dunya’s school. En hij is het perfecte voorbeeld van een meester die het verdient om in het zonnetje gezet te worden. Hij is een voorbeeld voor alle schooldirecteuren en ook als leidinggevende kunnen veel mensen nog wat van hem leren.

38 jaar
Het komt voor de meeste mensen als een donderslag bij heldere hemel, als bekend wordt dat de directeur van Dunya’s school niet meer terug komt na de zomervakantie.
Wij hebben hem maar één schooljaar meegemaakt, maar wel meteen gemerkt hoe betrokken hij is bij de kinderen, het personeel en de ouders. Geschokt ben ik en zeg meteen tegen de juf hoe erg ik het vind. Ze knikt. Zij wist het natuurlijk al een tijdje, maar vindt het ook verschrikkelijk. Wat een stap, na 38 jaar weggaan. En wat spannend voor de personeelsleden die achterblijven en iets moeten opbouwen met een nieuwe directeur.

beeldspraak
Het was ook niet zomaar een schooljaar. Ik kwam veel op school en heb er zelfs eventjes gewerkt als oudercontactpersoon. Dat was om allerlei redenen nog te vroeg voor mij en het hield snel weer op. Wout begreep dat. Die legde het niet bij mij neer, maar gaf aan dat er vanuit de begeleiding fouten zijn gemaakt. “Je springt in het diepe en er blijkt geen water in het zwembad te zitten. Dan maak je een harde landing!” Ik glimlach bij deze beeldspraak, die eigenlijk wel precies verwoordt hoe het is gegaan. Zo is Wout. Die is bijvoorbeeld ook nooit iets kwijt, maar kan gewoon niet altijd alles vinden. Als leidinggevende vond ik hem dus ook heel goed en betrokken. Ook daarna bleef ik komen en allerlei dingen op school doen. We kwamen elkaar geregeld tegen. Hij was al ziek en er zat een interim op zijn kantoor die de eindverantwoording van hem overnam. Meester Wout ging andere dingen doen en zocht steeds een plaatsje binnen de school. Op de één of andere manier kwam ik hem dan elke week weer tegen, als ik op mijn beurt een plekje zocht om met een groepje kinderen te werken. De eerste keer was het even slikken. Daar zit je dan ineens te werken, terwijl de directeur op de achtergrond alles meekrijgt. Maar ik liet me daardoor niet uit het veld slaan. De week erna kwamen we hem weer tegen en gaf hij meteen aan dat ik het leuk deed met de kinderen. Echt erg is het natuurlijk niet dat hij dat heeft gezien. Ik weet dat ik het kan en hij weet dat nu ook. Dat kan natuurlijk nooit kwaad. Mocht er ooit een vacature komen voor onderwijsassistent, dan denkt ie hopelijk even aan mij.

Niet zomaar een meester.
Na de zomervakantie beginnen meteen de voorbereidingen voor het afscheidsfeest op school. Dunya komt thuis en zingt het afscheidslied (zie boven) op de melodie van “Aan de Amsterdamse grachten”. Een paar dagen later vertelt Dunya op de fiets dat het dansje voor meester Wout “de Vogeldans” heet. “De vogeltjesdans? Wat leuk!” roep ik. Dus dat wordt ook thuis oefenen. Tijdens het dansje moet ze ook precies in de maat in haar handen klappen en roepen: “Dag meester Wout!”.
Dunya’s juf laat mij de tekst van het afscheidslied zien en ik zeg dat Dunya het al uit haar hoofd kent. Ik inmiddels ook, zonder de tekst één keer te hebben gezien. De juf vertrouwt me toe dat ze nu al bijna moet huilen als ze het lied zingt. Dat zal bij het echte afscheid ook wel gebeuren. Ik knik. Toen Dunya dat lied begon te zingen, kreeg ik het de eerste keer ook even te kwaad. Het is ook niet niks, want het is niet zomaar een meester!

afscheid
En dan is het opeens zover. Op een vrijdagmiddag komt meester Wout voor de laatste keer naar de Catamaran. Dunya wil haar mooiste jurk aan en vlechtjes in het haar. Het feestprogramma is alleen voor de kinderen. Ouders passen er niet meer bij in het speellokaal, dus ik moet het doen met de verhalen van Dunya. Dat het een feest wordt kan niet missen. Al is het natuurlijk wel dubbel.
Na schooltijd mogen de ouders even snel gedag zeggen, terwijl het speellokaal in orde wordt gemaakt voor de receptie die volgt. Op het laatste moment is er nog een inzameling gehouden en dat leverde toch nog een flink bedrag op. Een paar mooie cadeaubonnen en een prachtige bos bloemen. Dunya en ik hebben twee bossen roosjes gekocht. “Dan is er eentje van jou en eentje van mij” zeg ik. Daar gaat ze mee akkoord. Maar als ze na schooltijd de roosjes ziet en aanpakt, rent ze meteen naar meester Wout. “Eentje van jou en eentje van mama?” vraagt meester Wout. Ze schudt haar hoofd. “Allebei van jou?” vraagt hij dan. Dunya knikt. Boefje...

tranen
Als ik in de gang op Dunya sta te wachten die weer eens de hort op is, vertelt de juf hoe goed de kinderen het hebben gedaan. En ze vertrouwt me toe dat er inderdaad gehuild werd bij het afscheidslied. “Hou op schei uit” mompel ik. “Ik ben blij dat ik er niet bij was, want dan had ik zeker meegehuild”. Meester Wout gaat op een andere basisschool werken, waar hij geen directeur meer zal zijn. Ik kan me voorstellen dat het werk hem is gaan opbreken. Schooldirecteur zijn is tegenwoordig heel anders dan 38 jaar geleden. Toen ik op de basisschool zat, stond de “hoofdmeester” gewoon voor de klas en was hij één dag per week vrij-geroosterd. Dan zat hij op kantoor. Een directeur voor de klas, ondenkbaar tegenwoordig. Misschien in geval van nood, maar zeker niet structureel. En als je het onderwijs in bent gegaan omdat je van kinderen houdt, dan vraag ik me af of het veel voldoening geeft als je meestal op kantoor zit. Dat is nog niet alles. De zorgen over de toekomst waren groot. Wat als het leerlingenaantal verder terugloopt? Moeten er dan weer mensen weg? En als je zo betrokken bent, moet het wel heel zwaar zijn om mensen te vertellen dat er volgend jaar geen plekje in de formatie is voor hem of haar. Ik kan me voorstellen dat je lichaam een keer heel hard "STOP" roept als je de signalen dat er iets mis is negeert. Gelukkig maar dat meester Wout op tijd de knoop heeft doorgehakt. “Jammer dat je weggaat!” zeg ik bij het afscheid. Wat moet ik anders zeggen? De rest is allemaal al gezegd. “Ja, jammer!” beaamt hij “Maar het is beter zo.”

verdriet
Als ik Dunya ’s avonds in bed stop begint ze opeens heel hard te huilen. Dikke tranen lopen over haar wangen als ze zich aan me vastklampt. Verbaasd vraag ik waarom ze huilt. “Om meester Wout!” huilt ze. Ik moet even slikken. Tegen zoveel verdriet ben ik bijna niet bestand. De volgende dag vertelt ze alles aan de buurvrouw die we op de trap tegenkomen. Het hele verhaal, over Meester Wout die weggaat, omdat hij heel moe was. Nu gaat hij op de Driemaster werken en komt nooit meer terug op de Catamaran. Ook het lied volgt nog een keer. De buurvrouw is onder de indruk. Ze kan zich goed voorstellen dat er heel wat tranen vloeiden bij dat lied.

Warm hart
Na de herfstvakantie begint de nieuwe directrice. Ik ben heel benieuwd hoe ze is en wat er gaat veranderen! Ze zal het misschien niet makkelijk krijgen met ouders die al zolang op meester Wout gesteld zijn, maar daar zal ze op voorbereid zijn.  Eén ding staat voorop: Als ze net zo’n warm hart heeft voor de kinderen als meester Wout, dan zal het wel goed komen. Dunya is inmiddels aan het idee gewend dat hij weg is. Het lied zingen we nog wel dagelijks. Meester Wout mag dan weg zijn van de Catamaran, uit onze gedachten is hij nog lang niet verdwenen!


Bollo en Dunya knuffelen wat af in de vakantie. Een dag niet geknuffeld is een dag niet geleefd! Een heerlijke zomervakantie Het...